De omgevingsvergunning.

De omgevingsvergunning is één vergunning voor bouwen. Tot enkele jaren geleden dienden los van elkaar een bouwvergunning, een sloopvergunning en eventueel een monumentenvergunning of watervergunning te worden aangevraagd. Met de komst van de omgevingsvergunning is dit samengevoegd tot één document.

Vergunningplichtig/vergunningvrij

Binnen de wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) is een bouwwerk vergunningplichtig of vergunningvrij. U kunt op de site www.omgevingsvergunning.nl de vergunningcheck doen. U weet dan vrij snel waar u aan toe bent. Het is overigens een misverstand dat een vergunningvrij bouwwerk nergens aan hoeft te voldoen. Het bouwbesluit is bijvoorbeeld altijd van toepassing.

Indien u een (vergunningplichtig) plan heeft, is het vanzelfsprekend gewenst dat dit plan ook werkelijk uitgevoerd kan worden. Om te voorkomen dat er veel (ontwerp- en uitwerkings)kosten worden gemaakt zonder dat het plan een kans van slagen heeft, wordt door ons vooraf een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden.

De mogelijkheden worden bepaald door een aantal regels. Deze zijn (in willekeurige volgorde):

  • Het bouwbesluit 2012. Dit is een wettekst waarin de regels voor het bouwen staan beschreven.
  • De NEN normering. Dit zijn normen waarnaar verwezen wordt in het bouwbesluit. Het zijn geen wetteksten maar leidraden waar zelden van wordt afgeweken.
  • Het bestemmingsplan. Dit is een verzameling van stedenbouwkundige en functionele regels die elke gemeente stelt voor een bepaald gebied.
  • De welstandsnota. Dit is een verzameling van regels met betrekking tot de verschijningsvorm van een bepaald gebied.
  • Het gemeentelijk monumentenbeleid. Hierin ligt het beleid over gemeentelijke monumenten vast.
  • De Monumentenwet 1988 en de wet op archeologische monumentenzorg (WAMZ 2007). Hierin staan de wettelijke bepalingen omtrent monumenten.

In sommige gevallen kan het zo zijn dat een plan strijdig is met één of enkele van bovenstaande regels. Dit wil niet per se betekenen dat een plan daarmee onmogelijk is. Het plan kan bijvoorbeeld in strijd zijn met het bestemmingsplan. In een dergelijk geval kunnen wij voor u in overleg treden met de gemeente of monumentenzorg om te bezien of er een uitzondering kan worden toegelaten. In sommige gevallen kan ook een wijziging van het bestemmingsplan worden aangevraagd. Het komt ook voor dat het bestemmingsplan strijdigheden bevat ten opzichte van de huidige wetgeving. In sommige gevallen is het raadzaam om met de gemeente in overleg te treden voordat de vergunning wordt ingediend. Gemeenten hebben daar verschillende regels voor. Het wel of niet overleg hebben met de gemeente is afhankelijk van de complexiteit van de plannen.

De aanvraag omgevingsvergunning

Nadat het definitief ontwerp voltooid is, zal dit worden aangevuld met de bescheiden die voor een aanvraag noodzakelijk zijn. Dit zijn bijvoorbeeld de kadastrale gegevens, de situatietekening, foto’s en tekeningen van de bestaande situatie, tekeningen van de gevels van de buren en constructieve en bouwfysische (licht/lucht/vocht) berekeningen. Ook wordt vaak een ruimtelijke motivatie bijgevoegd. Dit is een korte tekst waarom de ingreep wordt gedaan.

De vergunningstukken worden door ons digitaal aan de overheid verstrekt. Dit gaat via het zogenaamde omgevingsloket.

Vanaf het moment dat de vergunning is ingediend, gaat wettelijk de eerste behandeltermijn (namelijk: de ontvankelijkheidstoets) in werking.

De ontvankelijkheidstoets

Gedurende een periode van maximaal een maand bepaalt de gemeente of de ingediende stukken volledig aan de eisen voldoen (Is alles ingediend? Komen de tekeningen overeen met de tekenvoorschriften? etc.)

Indien de stukken niet volledig zijn, krijgt de aanvrager een brief waarin dit te kennen wordt gegeven. Vervolgens krijgt de aanvrager dan twee weken tot een maand de tijd om de aanvraag te completeren.

Indien de stukken volledig zijn, is de vergunning ontvankelijk. Ook hiervan krijgt de aanvrager bericht. Vanaf dat moment gaat de reguliere doorlooptijd lopen.

De reguliere vergunning

De doorlooptijd van een reguliere vergunning bedraagt 8 weken. Het bevoegd gezag kan dit echter éénmalig verlengen met 6 weken. Onze ervaring is dat dit regelmatig voor komt. Tijdens de doorlooptijd van de vergunning vindt ook de welstandstoetsing plaats. De Commissie van Welstand en Monumenten beoordeelt het plan op waarde. Dit wordt door sommigen als een onzekere factor gezien maar onze ervaring is over het algemeen positief.

Als de vergunning is verleend, kan daar door betrokkenen bezwaar tegen worden aangetekend gedurende 6 weken na publicatie. Dit komt zelden voor omdat de gemeente al toetst op bezwaarmogelijkheden gedurende het gunningproces. Het is echter wel belangrijk dit te realiseren indien u direct na het verlenen van de vergunning de aannemer opdracht wilt geven.

Let op: Naast de hierboven omschreven vergunningsonderdelen kunnen er aanvullende zaken van toepassing zijn. Zie hiervoor deze site

Ook bij deze vergunningen kunnen wij u van dienst zijn.