Toekomstverkenning Binckhorst Noord Den Haag

Inleiding

In 2007 heeft Vestia met de aankoop van de gebouwen van de voormalige werkplaats van de PTT een bijzonder complex verworven binnen het gebied dat bekend staat als de Binckhorst in Den Haag. 

De afgelopen jaren zijn verschillende partijen betrokken geweest bij de herontwikkeling van dit gebied. Een publiek private samenwerking heeft geleid tot de gemeentelijke structuurvisie Nieuw Binckhorst. Economische ontwikkelingen hebben echter een wissel getrokken op deze herontwikkeling waardoor het onder andere door Office for Metropolitan Architecture ontwikkelde plan voor onbepaalde tijd is uitgesteld. Tijdens het schrijven van deze visie vinden uitbreidingswerkzaamheden plaats aan het (in het plan van OMA verdwenen) spoorwegemplacement ten oosten van Bink 36.

CHNL architecten heeft in opdracht van Vestia Den Haag Zuid Oost een visie ontwikkeld voor de toekomstige inpassing van het complex Bink 36. Hoewel de vigerende structuurvisie minder bindend is geworden hebben wij deze meegenomen in de uitgangspunten voor de ontwikkeling van het Westelijk gebied.

Teneinde een gedegen uitwerking van het terrein van Bink 36 te bereiken is eerst gezocht naar een oplossing die ook op een grotere schaal zijn uitwerking heeft. Met het wegvallen van het eerdere masterplan is het niet logisch om naar een uitwerking toe te werken die enkel een oplossing op eigen grondgebied biedt. 

Draagvlak

Om een initiatiefplan kans van slagen te geven dient er gezocht te worden naar voldoende draagvlak binnen de gemeente. Indien we de huidige situatie in ogenschouw nemen merken we dat het beconcurreren van overige wijken bij zowel bevolking, ondernemers als gemeente op weinig steun kan rekenen. Het introduceren van grootschalige kantorenbouw of nieuwe winkelcentra is om deze reden niet meegenomen in onze planvorming.

Om deze reden hebben wij actuele Haagse vraagstukken samengevoegd en geadopteerd voor de Noordelijke Binckhorst. De eerste betreft het ontbreken van een poptempel in de Haagsche regio. Hiervoor is in 2009 een prijsvraag uitgeschreven maar door onder andere infrastructurele beperkingen is dit deze fase nooit ontgroeid. Daarnaast is de discussie rondom de Anton Philipszaal en het Lucent danstheater op eenzelfde wijze weggeëbd.

De Cultuuras

Dicht bij huis (zoals De Kop van Zuid in Rotterdam) en in het buitenland (zoals Bankside met Tate Modern in Londen) zijn voorbeelden te vinden van onderontwikkelde, semi industriële gebieden, waar door middel van de introductie van een hoogwaardige culturele component een enorme gebiedsimpuls kan worden gegenereerd. Dit is precies wat wij voorstellen voor de Noordelijke Binckhorst: De Cultuuras.

Het gebied bestaat uit een langgerekt park waarin naast de eerder genoemde dans- en muziekcentra ook plaats zal zijn voor minder grote culturele ontwikkelingen. Aan het eind van het park is Bink 36 gesitueerd dat momenteel al veel culturele initiatieven huisvest. Wij zien het als een ideale situatie indien de huidige gebruikers het gebouw kunnen blijven en dat door middel van het toevoegen van woonfuncties, wijk ondersteunende functies en met toevoeging van een zware culturele component bezoekers diep het gebied binnen worden gehaald. Hierbij kan worden gedacht aan een museum voor moderne kunst (een dependance van het Rijksmuseum conform Tate/Tate modern) of juist hier het danstheater dan wel poptheater.

-de bereikbaarheid per auto is ideaal door de aanwezigheid van snelweg A12

-de bereikbaarheid per spoor is ideaal door de nabijheid van stations Den Haag HS en CS

-de functie biedt weinig concurrentie aan omliggende gebieden.

-de aanwezigheid van gebouwen met cultuurhistorische waarde geven het park een goede basis.

-de as geeft de Binckhorst en omliggende gebieden in zijn geheel een impuls, wonen en werken zal op deze locatie vanuit een geheel vernieuwd perspectief invulling krijgen.

De kruising van de sporen gemarkeerd

Hoewel de gebouwen Magazijn en Centrale behouden blijven in deze plannen, is er voldoende ruimte om aanzienlijke bouwvolumes op het terrein van Bink36 te realiseren.

Vanzelfsprekend leent een infrastructurele knoop als deze zich bij uitstek voor een landmark. In de visie van OMA wordt rond de kruising van de sporen een “hyperbuilding” van ca. 300 meter hoog voorgesteld. 

In de komende twee voorstellen onderzoeken wij de mogelijkheden van een landmark. Omdat hoogbouw niet de enige mogelijkheid is om een locatie te accenturen hebben wij zowel een model met torens als een plastisch stedelijk blok uitgewerkt. 

De Torens van de Bink

Teneinde een oplossing voor de geluidbelasting van de omliggende sporen te bieden wordt in dit plan uitgegaan van een strook woningen die op een eigen opgetild straatniveau gericht zijn. Op het maaiveld hebben deze woningen ateliers of kleine winkels. De toestroom van bezoekers naar het achterliggende gebied biedt deze ateliers een etalage aan het publiek. 

Onder de woningen bevindt zich een parkeergarage en het talud naar de dubbellaagse parkeergarage onder het basement van de hoogbouw.

Door het maaiveld van het huidige hoofdparkeerterrein gedeeltelijk te verlagen en hier een trapsgewijze tribune te introduceren is het mogelijk het aanzienlijke kelderoppervlak van het magazijn te ontsluiten. Hierin kunnen ondersteunende functies als winkels en horeca worden ondergebracht.

De monumentale kop van het magazijn wordt ingericht als hotel. De begane grond van het magazijn en de centrale, met een vrije kolommenstructuur en vrije hoogte van 5m, biedt ruimte aan evenementen. De overige verdiepingen worden ingericht voor bedrijven. De aanpassingen daar zijn gericht op het introduceren van gemeenschappelijke ruimtes die de gedateerde gangenstructuur een ruimer karakter geven.

Het basement van de hoogbouw is gereserveerd voor een sterke publieke magneetfunctie als een (nationaal historisch) museum of dependance. Het wordt bedekt door een daktuin die samen met het (vier verdiepingen hoge) groen in de torens zelf, de beëdiging van het park van de cultuuras vormt.

De hoogbouw zelf bestaat uit een kleiner horizontaal gedeelte voor bedrijven en twee woontorens met 5 woningen per laag. De oostelijke toren telt 19 woonlagen en de westelijke 41.

De Rots van de Bink

Waar het eerdere plan het gebied markeerde met hoogbouw, is hier gekozen voor een sculpturale vorm.

Het wijkt, afgezien van het direct zichtbare verschil in verschijningsvorm, ook inhoudelijk af van het hieraan voorgaande plan. 

Het gaat eveneens uit van een bebouwde geluidswal maar deze heeft een dubbele parkeergarage met daarop een enkele woonlaag.

Het basement bestaat uit een tweelaags museum dat via een talud in het plein een verbinding heeft naar de museumwinkels in de kelder van het Magazijn. Openingen voor buitenruimte en daglicht doorsnijden het basement.

De monumentale kop van het Magazijn wordt ook hier ingericht als hotel. In het noordelijke deel van het magazijn worden appartementen ingericht. De kolommenstructuur wordt hier benut om enkele openingen in de tussenvloer te maken zodanig dat de verschillende lagen met elkaar in verbinding staan. In het zuidelijke deel blijven bedrijven gehuisvest. Hier wordt één van de oorspronkelijke lichthoven opnieuw geopend zodat ook de bedrijven een visuele verbinding met elkaar krijgen.

De topverdieping van het magazijn biedt onderdak aan horeca en het theater.

In de Centrale is een menging van wonen en bedrijven ingericht, de woningen zijn echter gekoppeld aan ateliers. Op de koppen van het gebouw zijn expositieruimtes ingericht.

Het woonblok bestaat uit een menging van woningen, winkels en ateliers. De hoofdtoegang van het museum is zo gelegen dat ook hier het publiek langs deze functies geleid wordt.